
Zuidoosten · Draa-Tafilalet
Aït Ben Haddou
ook Ait Benhaddou
31° 03′ N · 7° 08′ W
De ksar van Aït-Ben-Haddou in het Ounila-dal in de provincie Ouarzazate is sinds 1987 werelderfgoed: lemen huizen achter hoge muren met hoektorens, de oudste vermoedelijk uit de 17e eeuw.
Op de kaart openenopent de kaart op deze plek
Ligging
Aït-Ben-Haddou ligt in de provincie Ouarzazate, die bij de regio Draa-Tafilalet hoort. De plaats ligt in de uitlopers aan de zuidkant van de Hoge Atlas, en de UNESCO noemt haar de bekendste ksar van het Ounila-dal. Ze is volledig uit leem gebouwd op oneffen, hooggelegen terrein, ongeveer 30 kilometer ten noordwesten van Ouarzazate; de ICOMOS-beoordeling van 1987 spreekt van 31 kilometer. De ksar valt onder de plattelandsgemeente Aït Zineb, die bij de volkstelling van 2024 10.530 inwoners had.
Anders dan de kasba van één familie is een ksar (meervoud ksour) een overwegend gemeenschappelijke nederzetting: achter verdedigingsmuren met hoektorens staan huizen, stallen, graanschuren, een markt, een vergaderruimte voor de djemaa, de raad van familiehoofden, en een moskee dicht op elkaar. De grote huizen heten in het Tamazight tighremt, in het Arabisch dar of kasba; vier vleugels met hoge hoektorens omsluiten een rechthoekige binnenplaats. In Aït-Ben-Haddou zijn sommige huizen eenvoudig, terwijl andere op kleine burchten lijken, met bovenverdiepingen die versierd zijn met motieven in leemsteen; een geknikte poort leidt door de muur.
Geschiedenis
Schriftelijke bronnen over de plaats gaan slechts terug tot de 18e eeuw, de mondelinge overlevering verder. Als oudste bouwwerk geldt de graanschuur op het hoogste punt, in het Tamazight Ighrem n Iqddarn, de graanschuur van de pottenbakkers. De UNESCO dateert de oudste bewaarde gebouwen niet vroeger dan de 17e eeuw, al zijn bouwwijze en techniek in de dalen van Zuid-Marokko veel ouder. De plaats was een van de pleisterplaatsen aan de handelsroute die het oude Soedan via het Draa-dal en de pas Tizi-n’Telouet met Marrakesh verbond. De directeur van het Marokkaanse erfgoedcentrum CERKAS noemt Gao, Timboektoe en Djenné als bestemmingen in het zuiden.
Volgens de overlevering woonde Amghar Benhaddou, de eerste heer van de plaats, hier in de tijd van de Almoraviden, in de 11e eeuw, en de ksar draagt zijn naam. De Alawitische sultan Hassan I trok in 1893–1894 tijdens zijn laatste veldtocht door Aït-Ben-Haddou, op weg via Telouet naar Marrakesh. Daarna verbond de familie Glaoua zich door huwelijken met de plaats: El-Madani, Thami en Hassi Glaoui trouwden met drie dochters van de heersende familie van de ksar. De bewoners behoren grotendeels tot twee geslachten van de Aït Zineb, een stam van de confederatie Aït Ouawzguit; vroeger bestond de bevolking vooral uit Amazigh-families, Haratin en Joodse families. Elk jaar op de tweede zaterdag van juni volgens de landbouwkalender vieren zij de moussem van de plaatselijke heilige Sidi Ali ou Amer.
Bouwwerken
Boven het dicht opeengepakte dorp verheft zich een ronde heuvel, op 1300 meter bekroond door een grote gemeenschappelijke graanschuur met een eigen ringmuur; de grote huizen staan in een kring aan de voet van deze heuvel, gebouwd rond binnenplaatsen in stampleem en leemsteen. Versterkte graanschuren, agadir of ighrem genoemd, komen in Marokko vaak voor, maar zelden is hun verdedigende functie zo duidelijk: een versterking verbindt de graanschuur met het dorp en was bedoeld als laatste toevlucht bij een belegering. Verder heeft de ksar een moskee, een plein, dorsvloeren buiten de muur, een karavanserai, een islamitische en een Joodse begraafplaats en het heiligdom van Sidi Ali ou Amer.
In 1987 plaatste de UNESCO de ksar op de Werelderfgoedlijst op grond van de criteria iv en v; het goed beslaat 3,03 hectare, de bufferzone 16,32 hectare. ICOMOS zag er een volledig overzicht in van de voorsaharaanse leembouwtechnieken en stelde voor er een proeftuin van te maken voor monumentenzorg met de traditionele technieken van leem- en houtbouw; volgens ICOMOS stond de plaats samen met de dalen van de oase al sinds 1953 onder bescherming. De wettelijke basis is vooral de erfgoedwet 22-80; de ksar wordt beheerd door CERKAS, het centrum voor het behoud van het bouwkundig erfgoed van de Atlas- en sub-Atlasgebieden. Sinds 2000 ligt Aït-Ben-Haddou in het biosfeerreservaat Oasis du sud marocain, dat bijna 7,2 miljoen hectare beslaat.
Vandaag
In de jaren 1960 verhuisden de meeste bewoners uit de oude ksar naar een nieuw dorp op de rechteroever van de Oued el-Maleh; in 2008 woonden er nog maar zes families in de ksar. Een eerste beheerplan gold voor 2007–2012; in november 2020 volgde het plan voor 2020–2030 met vijf doelen: behoud, revitalisering, culturele activiteiten, communicatie en opleiding. Sinds 2011 overspant een voetgangersbrug, gebouwd op het smalste punt van de rivierbedding, de Oued el-Maleh om de oude ksar beter bereikbaar te maken. Na de overstromingen van 2014 werden steegjes en verscheidene woningen hersteld, en in september 2016 begon een programma voor de restauratie van de huizen, waarvan de eerste fase twee miljoen dirham kostte.
Het epicentrum van de aardbeving van 8 september 2023 lag op ongeveer 110 kilometer afstand. Volgens de inventarisatie van CERKAS hebben de met traditionele technieken gerestaureerde huizen de schokken over het algemeen goed doorstaan. De graanschuur van de pottenbakkers, het enige getuigenis van een gemeenschappelijke graanschuur, stortte in, samen met drie van de vijf torens van de ringmuur; vooral zeven gebouwen werden getroffen, waaronder de kasba’s Aït Ougram en N’Oumghar. CERKAS had de graanschuur al in 2008 gerestaureerd; gepland zijn een nieuwe restauratie en opgravingen naar resten van vroegere graanschuren. Er wonen inmiddels minder mensen vast in de ksar, terwijl winkels en gastenverblijven toenemen.
Economie
Al de beoordeling van 1987 vermeldt dat de ksar na twee grote speelfilms bij reizigers beroemd was geworden. Na de inschrijving op de Werelderfgoedlijst kwamen er meer bezoekers en ook meer filmmaatschappijen; hier werden onder meer Lawrence of Arabia, Jesus of Nazareth en Gladiator gefilmd. Toerisme is nu de belangrijkste bron van bestaan ter plaatse, met winkels in beide delen van de nederzetting en daarnaast hotels, herbergen en cafés.
Klimaat
Het weerstation van Ouarzazate ligt op 1136 meter. In de periode 1991–2020 viel daar gemiddeld 115 millimeter neerslag per jaar; de gemiddelde dagelijkse maximumtemperatuur liep van 17,3 °C in januari tot 38,8 °C in juli.
In het kort
- Regio
- Draa-Tafilalet, provincie Ouarzazate
- Gemeente
- Aït Zineb, 10.530 inwoners (2024)
- Werelderfgoed
- sinds 1987, criteria iv en v, 3,03 ha, bufferzone 16,32 ha
- Hoogte
- gemeenschappelijke graanschuur op de heuvel, 1300 m
- Biosfeerreservaat
- Oasis du sud marocain, sinds 2000
Maanden met een mild klimaat
januari, februari, maart, april, oktober, november, december. Maanden met gemiddelde maxima tussen 17 en 30 °C en minder dan 60 mm neerslag; Ouarzazate (WMO 60265, 1136 m, 1991–2020).
Doorgeven
Stuur deze plaats naar familie en vrienden of kopieer de link.
In de buurt
- Ouarzazate22 km · Zuidoosten
- Skoura55 km · Zuidoosten
- Imlil76 km · Midden
- Asni84 km · Midden
- Kelaat M’Gouna97 km · Zuidoosten
- Marrakesh104 km · Midden
- Boumalne Dadès114 km · Zuidoosten
- Zagora147 km · Zuidoosten
Hemelsbreed, niet over de weg.
Gecontroleerd op 24 okt. 2026. Elk nummer in de tekst opent zijn bron.